Wilma & Friends
met een mooi optreden op dinsdag 14 april
Zaterdagmiddag 18 april. Ik loop in gedachten in de Oosterstraat in Steenwijk. Een tikje op mijn schouder: "Wat kijk je ernstig!" Ik kijk in het lachende gezicht van Wilma. "Wat was het afgelopen dinsdag een geslaagde middag, hè?" Eén antwoord is mogelijk: "Ja, een zeer geslaagde middag. Onze gasten vonden jullie optreden geweldig mooi. Echt mee gezongen werd er niet, maar je zag ze zeer aandachtig luisteren en genieten."
En zo was het ook.
Om 14.00 uur opent Janny de middag door iedereen van harte welkom te heten. Uiteraard wendt ze zich ook richting het trio: Wilma, André en Bert; oftewel: Wilma & Friends. Janny vertelt nog even dat velen Wilma zullen herkennen van haar optredens met wijlen Gerard Buisman.
Nadat iedereen genoten heeft van koffie/thee met wat lekkers, zingt en speelt het trio met gemak drie kwartier vol met mooie nummers in het Nederlands, Engels en... Steenwieks. De gasten genieten, maar ook het trio heeft er lol in. Een van de eerste nummers die zij brengen is: De Troubadour. Het lied dat Gerard altijd aan het hart ging en waar hij zijn optredens mee begon.
Na de pauze zingt Wilma het gevoelige nummer "Mag ik dan bij jou..." van Claudia de Breij. André blinkt uit met zijn mooie country nummers. Bert kondigt op een goed moment het door Gerard in het Steenwieks geschreven nummer aan over een bepaald gedeelte van Steenwijk: Het Rooie Dorp. Wilma: "Wie heeft er in het Rooie Dorp gewoond?" Slechts een paar vingers worden opgestoken. "Waarom heette die buurt het Rooie Dorp," is de vraag uit de zaal. "Rode daken misschien"? "Nee," weet Janny te vertellen. "We hadden daar een winkel. De huizen hadden donker grijze daken. Het was een echte arbeiderswijk met een rood politiek tintje. Vandaar." Wilma brengt het nummer vol overgave. Ook zij is opgegroeid in de buurt waar iedereen er voor iedereen was. Het Rooie Dorp is in 1969 grotendeels afgebroken tot groot verdriet van de bewoners. Velen waren het er overeens: de huizen hadden gewoon opgeknapt moeten worden. Burgermeester Dingermans Wiertz was niet over te halen. (Direct achter de Gasthuislaan is nog een deel van de toenmalige buurt opgeknapt en blijven staan.)
Zo tegen het eind van de middag geeft Wilma al zingend en in het Steenwieks een recept mee: het kiep'n prutti. (Een kipgerecht.) Ze heeft daarvoor een engels nummer met haar eigen woorden omgezet in het Steenwieks. Tussen de coupletten door bespeelt ze een uniek instrument. Voor de niet-verstaanders: het is vast lekker.
De middag loopt ten einde. Janny bedankt een ieder voor zijn/haar aanwezigheid en vraagt een groot applaus voor het trio.
Janny: "Bert zien we de volgende maand terug. Hij geeft dan een lezing over de Kunstbunker in Paasloo. De enige bunker in Nederland boven de grond. André komt verderop in het jaar nog eens terug, maar... wat moeten we voor Wilma verzinnen? Zou ze het kiep'n prutti voor ons willen koken?" Wilma: "O, doe ik zo!" (Gekheid natuurlijk.)
Een enkeling vindt toch nog wat ruimte om een paar danspasjes te maken.
Bij de uitgang: "Wat 'em die dree toch mooie stemm', hè? Apart maar ook als trio." "Ik 'eb zo geneut'n". Maar ook de gasten die het Steenwijks niet machtig zijn, hebben volop genoten, zo laten ze ons weten. Een mooier compliment kun je als artiesten niet krijgen, toch?
Tekst en foto's Janny de Vries
Tekst en foto's mogen zonder toestemming van de maker niet gebruikt worden.