Cookies

De Zonnebloem gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren, gebruiksgemak te verbeteren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties en informatie te zien krijgt wanneer u gebruik maakt van deze website. Meer informatie over de cookies kunt u vinden op onze privacy pagina.

Esther deinst niet terug voor wat metselwerk

02-10-2019

Als Friezen bekend staan om hun nuchterheid, dan is Esther Geertsma (25) uit Leeuwarden een echte Friezin. Tot twee keer toe stapte ze voor vrijwilligerswerk op het vliegtuig naar landen waar de bevolking hulp goed kan gebruiken. Hoewel Esther bij de eerste reis wat praktische vragen had, liet ze zich niet tegenhouden door haar lichamelijke beperking. En waarom zou ze? “Ik ben niet iemand die denkt in beren op de weg.” 

Bouwen aan een droom

Esther (25) speelde al veel langer met de gedachte om vrijwilligerswerk te doen elders in de wereld. Maar organisaties die dat aanbieden aan mensen in een rolstoel, die zijn er niet veel. In 2017 ontdekte ze op de EO-jongerendag de stichting World Servants, die al decennia vrijwilligersprojecten voor Nederlandse jongeren organiseert naar derdewereldlanden. Esther hapte meteen toe, al had ze nog een praktische vraag. Esther heeft de ultra zeldzame spierziekte SMA-LED en is sinds haar twaalfde aangewezen op een rolstoel. En de wegen in Bolivia zijn niet zo geplaveid als hier. Esther: “Het eerste waar je toch aan denkt is: hoe ga ik dat doen, in mijn rolstoel?”

‘Schouders eronder en gaan’

Daar had World Servants wel een antwoord op. En zo landde de deelneemster van Zonnebloem Jongerenwerkgroep Friesland in 2018 in het Zuid-Amerikaanse land om er te bouwen aan een school voor kinderen met een beperking. “Toen ik eenmaal van World Servants hoorde dat hun vrijwilligersprojecten ook voor mensen met een lichamelijke beperking zijn, dacht ik meteen: het is mogelijk, dus ik ga”, zegt Esther. De paar praktische obstakels die ze kon bedenken, verdwenen als sneeuw voor de zon. Esther: “Het is een kwestie van schouders eronder en gaan. Ik richt me liever op wat ik als vrijwilliger kan betekenen.”

Metselen, vlechten, storten

In de zomer van 2019 volgde haar tweede reis, dit keer naar Bangladesh. Daar bouwde ze met een grote groep gelijkgestemde Nederlandse jongeren een ontmoetingsruimte voor mensen met een lichamelijke beperking en lepra. “De fundering lag er al, de rest van de nieuwbouw was aan ons.” Dat betekende vroeg opstaan en van 9.00 uur tot 17.00 uur werken op de bouw, met uitzondering van uitstapjes in de buurt. Esther werkte mee aan het storten van het beton, het metselen van de muren en het vlechten van ijzer. “Het gebouw is rolstoeltoegankelijk én het heeft een aangepast toilet. In Bangladesh worden mensen met een beperking en lepra verstoten. Dit gebouw geeft hen een plek in de lokale samenleving”, zegt de medewerkster van een Friese scholeninstantie, die dankzij de reizen ‘nog meer waardering heeft voor hoe wij het hier in Nederland hebben’. “Het maakt me dankbaar dat ik met mijn beperking niet daar, maar hier in Nederland leef.” 

Lichamelijke beperking niet centraal

Met haar twee reizen toont Esther aan dat de twijfels die haar omgeving vooraf had, niet gegrond waren. “Mensen vroegen me: Jij kunt in die landen toch niet helpen, in je rolstoel? Hoe gaat dat in de praktijk? En: Jij kunt toch niet metselen? Maar,” en ze lacht, “ik denk dat ik en de andere deelnemers hebben laten zien dat je in een rolstoel genoeg kunt. Je pakt een emmer cement en een stapel met stenen en je gaat metselen. En kun je iets niet, dan helpt een valide vrijwilliger je gewoon. Je moet je lichamelijke beperking niet centraal stellen. Je bent daar gewoon één van de vrijwilligers, zonder uitzonderingspositie. Die houding ligt me goed. Het laat zien dat je gewoon meedoet in de maatschappij.” 

Levensles

Die boodschap kwam over bij de dorpsbevolking in Bangladesh, zag Esther. Over zichzelf leerde ze ook een belangrijke les. “Ik kan fysiek meer dan ik denk. De grootste verandering bij mezelf zit van binnen: van benoemen dat ik iets kán, naar het daadwerkelijk dóén.”